Samen wonen kan ingewikkeld zijn
Hoe huiskamergesprekken bijdragen aan een positieve groepsdynamiek bij mensen met Korsakov
Tijdens het Wetenschapsforum gaf Gea van Dijk, associate lector bij het Regionaal Expertisecentrum Noorderbreedte en NHL Stenden University of Applied Sciences, samen met Annie van Wijngaarden - Jilderda (verzorgende IG bij Toutenburg, Noorderbreedte) een workshop over groepsdynamiek bij mensen met het syndroom van Korsakov.
De centrale vraag: hoe zorg je ervoor dat mensen die samen wonen zich veilig voelen in de groep en op een prettige manier met elkaar omgaan?
Het antwoord blijkt verrassend praktisch. Geen grootschalige interventies, maar aandachtige gesprekken aan de huiskamertafel.
“Groepsdynamiek is een belangrijk thema”
“Groepsdynamiek leeft enorm bij medewerkers en bewoners,” vertelt Gea. “Dat zien we keer op keer terug in inventarisaties binnen Regionaal Expertisecentrum Noorderbreedte. Medewerkers en bewoners geven aan dat spanningen tussen bewoners veel impact hebben op de sfeer op de woning.”
Dat is ook begrijpelijk. “Op de woongroep wonen mensen vaak met tien personen samen. Ze hebben elkaar niet uitgekozen en niet iedereen beschikt over dezelfde sociale vaardigheden. Samen wonen is al ingewikkeld als je elkaar wél kiest. In deze context is het extra complex.”
Bewoners reageren op elkaar, soms positief, soms negatief. “Wat je ziet is dat gevoelens van veiligheid en onderling begrip snel onder druk kunnen komen te staan.”
Wat weten we uit onderzoek?
Om beter te begrijpen wat werkt, is binnen Noorderbreedte samen met studenten onderzoek gedaan naar groepsdynamiek. “We hebben gekeken hoe medewerkers en bewoners groepsdynamiek ervaren, waar ze tegenaan lopen en welke interventies in de literatuur worden genoemd.”
Opvallend is dat er bij ouderen en bij Korsakov relatief weinig onderzoek beschikbaar is. “In de jeugdzorg is meer kennis, omdat ook daar mensen in groepen samenleven. Die inzichten hebben we benut.”
Een belangrijk resultaat is dat medewerkers vaak individueel handelen. “Iedereen ontwikkelt zijn eigen manier om met spanningen om te gaan, maar die aanpakken worden nauwelijks gedeeld. Het effect is vaak tijdelijk. Er is geen gezamenlijke, structurele werkwijze, en dan beklijft het niet.”
Elkaar leren kennen maakt het verschil
Een centrale conclusie uit het onderzoek is het belang van elkaar leren kennen. “Als je weet waar gedrag vandaan komt, reageer je minder snel boos of afwijzend. Dat geldt voor medewerkers, maar zeker ook voor bewoners.”
Bij mensen met Korsakov ontstaat die onderlinge interesse niet vanzelf. “Dat vraagt om ondersteuning. Je moet het organiseren en begeleiden. En daar komen huiskamergesprekken in beeld.”
Het huiskamergesprek als middel, niet als doel
“Veel teams houden al huiskamergesprekken,” legt Gea uit. “Maar het verschil zit in het doel. Niet: we moeten even wat zaken regelen. Maar: we gebruiken het gesprek bewust om begrip te creëren en de groepsdynamiek positief te beïnvloeden.”
Dat betekent ook een andere aanpak. “Eén onderwerp per keer. De tijd nemen. Iedereen persoonlijk aan het woord laten. Het gesprek gebruiken om achter het ‘waarom’ te komen.”
Zo werkt het in de praktijk
Op verschillende woningen binnen Noorderbreedte zijn huiskamergesprekken op deze manier uitgeprobeerd. Annie vertelt hierover: “We beginnen bewust licht. Het eerste gesprek ging over uitjes. Wat zou je leuk vinden om samen te doen?”
Bewoners kregen een uitnodiging en werden op de dag zelf herinnerd. “Er is koffie en gebak. Dat lijkt klein, maar het doet veel voor de sfeer. En ja, het helpt ook om mensen aan tafel te krijgen.”
Door iedereen persoonlijk te bevragen, ontstaan verhalen. “Een groep mannen wilde graag vissen. Tot een vrouw zei dat zij dat vroeger ook deed. Dat verraste de groep enorm. Ze kenden die kant van haar niet.”
Uiteindelijk bleek water een gedeelde interesse. “Met als gezamenlijke wens: een keer samen met de boot weg. Alleen al het delen daarvan zorgde voor verbinding.”
Van lichte thema’s naar zwaardere onderwerpen
De gesprekken bouwen bewust op in zwaarte. “Na uitjes volgde een gesprek over takenverdeling. Wie doet wat? Wat vind je leuk, wat niet?” Juist bij onderwerpen die direct de dynamiek op de groep betreffen, ontstaan vaak irritaties.
“Door te praten over wat iemand kan en niet kan, ontstaat begrip. Waarom veegt iemand nooit? Waarom kookt iemand niet graag? Het gesprek haalt de scherpte eraf.”
Annie noemt een voorbeeld van een bewoonster die niets wilde doen. “Door haar te vragen om één keer te helpen en haar daarvoor oprecht te complimenteren, kwam er beweging. Ze vertelde dat ze vroeger altijd de was deed voor haar gezin. Dat raakte iets. Uiteindelijk wilde ze graag vaker helpen.”
De rol van de medewerker
De huiskamergesprekken worden begeleid door verzorgenden, niet door externe professionals. Annie zegt: “Ze doen het altijd met z’n tweeën. Eén begeleidt het gesprek, de ander maakt aantekeningen. Niet wie wat zegt, maar welke afspraken en thema’s naar voren komen.”
Belangrijk is het aanvoelen van de groep. “Je let sterk op non-verbaal gedrag. Als iemand negatief gedrag gaat vertonen, grijp je vroeg in. Je laat iemand aan het woord, maar voorkomt dat negativiteit zich opstapelt.” Humor helpt. “Het maakt het gesprek lichter en toegankelijker.”
Geen efficiënt overleg, maar investeren in begrip
Gea ziet dat teams soms geneigd zijn om huiskamergesprekken efficiënt te houden. “Alles in één keer bespreken, snel door. Maar dan mis je precies waar het om gaat: de verhalen en de achtergronden.”
“Het doel is niet om taken geregeld te krijgen. Het doel is begrip. En dát zorgt ervoor dat mensen minder fel op elkaar reageren.”
Werkt het ook echt?
De aanpak zit in de pilotfase, maar de eerste signalen zijn positief. Annie: “Medewerkers merken dat bewoners iets meer betrokken raken bij elkaar. Bij het syndroom van Korsakov is de focus vaak sterk individueel. Dit helpt om voorzichtig iets van ‘wij’ te creëren.”
Effecten worden vooral kwalitatief gemeten. Gea: “Door bewoners en medewerkers te vragen hoe zij de sfeer ervaren en wat de gesprekken hen opleveren.”
Blijven leren en delen
Binnen Noorderbreedte loopt vervolgonderzoek naar groepsdynamiek op woningen, uitgevoerd door medewerkers zelf. Gea: “Ze kijken bij andere teams, interviewen bewoners en collega’s en verzamelen interventies die werken.”
“Zo bouw je samen aan een gereedschapskist,” zegt Gea. “Hoe voller die is, hoe beter je situationeel kunt handelen.”
Tot slot: houding doet ertoe
Wat Gea vooral wil meegeven aan professionals: onderschat je eigen invloed niet. “Soms hoor je: onze bewoners kunnen dit niet. Maar dat is vaak een self-fulfilling prophecy. Als je ervan uitgaat dat het niet kan, ga je het ook niet proberen en krijgen bewoners geen kans te laten zien dat het wel kan.”
“Een open, uitnodigende houding maakt het verschil. Kleine gesprekken, goed begeleid, kunnen veel betekenen voor het dagelijks samenleven op de woning.”
5 praktische tips voor een positieve groepsdynamiek
- Gebruik het huiskamergesprek als middel, niet als doel
Het gaat niet om afspraken maken, maar om begrip creëren tussen bewoners. - Houd focus: één onderwerp per gesprek
Door te verdiepen in één thema ontstaat ruimte voor verhalen en wederzijds begrip. - Begin licht en bouw op
Start met lichtere onderwerpen zoals hobby’s of uitjes en ga later pas naar onderwerpen die direct de dynamiek op de groep betreffen, zoals het doen van bepaalde huishoudelijke taken. - Geef iedereen persoonlijk het woord
Ga één voor één langs bewoners. Dat voorkomt dat enkele mensen met name aan het woord zijn en het vergroot de betrokkenheid onderling. - Grijp vroeg in en wees je bewust van je eigen houding
Let op non-verbaal gedrag en stuur direct bij. Verwacht niet dat bewoners dit ‘niet kunnen’. Jouw uitnodigende houding maakt het verschil.