Jan Wijnia over de kracht van minder doen in de zorg
Na jarenlang gewerkt te hebben in Doelgroep expertisecentrum Slingedael met ervaring in de neurologie, de psychiatrie en de palliatieve zorg gaat specialist ouderengeneeskunde Jan Wijnia van Lelie Zorggroep met pensioen. Maar hij vertrekt niet zonder zijn enorme schat aan praktijkervaring achter te laten. In slechts drie maanden tijd schreef hij een boek dat speciaal is bedoeld voor de mensen die dagelijks op de werkvloer staan. Geen ingewikkelde theorieën, maar een persoonlijke gids vol herkenbare voorbeelden. Want volgens Jan is de belangrijkste les in de zorg voor mensen met het syndroom van Korsakov eigenlijk heel simpel - door minder te doen, kun je vaak veel meer bereiken.
De cliënt als het echte vertrekpunt
Jan groeide op in het hotel van zijn ouders. Daar leerde hij al vroeg wat gastvrijheid betekent en dat daar ook grenzen bij horen. Deze hotel-mentaliteit nam hij mee naar de zorg. Voor hem is een afdeling een plek waar je gastvrijheid biedt aan de bewoners. In zijn nieuwe boek pleit hij er dan ook voor om de cliënt altijd als vertrekpunt te nemen, in plaats van vast te houden aan de routines van het team.
Vaak worden beslissingen over zorg en daginvulling genomen tijdens vergaderingen waar de cliënt niet bij is. Jan draait het liever om. Hij vertelt over een man die boos wegliep tijdens het afwassen en met spullen smeet. Het team zag dit als een groot probleem. Maar toen Jan met de man zelf ging praten, kwam de oplossing vanuit hemzelf naar boven. De man vertelde dat hij het vroeger ook zo deed - als het hem even te veel werd, liep hij naar buiten om twee sigaretjes te roken. Daarna kwam hij vanzelf weer terug. Door hem die ruimte simpelweg te geven, was het probleem opgelost.
De sfeer onthouden ze wel
Een van de meest inspirerende inzichten uit het werk van Jan gaat over hoe mensen met Korsakov informatie opslaan. Hij haalt een onderzoek aan met twee foto's waarbij verschillende verhalen werden verteld. De mensen met Korsakov wisten de verhalen na een tijdje totaal niet meer, maar ze wisten nog wel precies wie de ‘aardige persoon’ was.
De mensen met Korsakov wisten de verhalen na een tijdje totaal niet meer, maar ze wisten nog wel precies wie de ‘aardige persoon’ was.
Dit bewijst dat de sfeer en het gevoel dat je iemand geeft veel langer blijven hangen dan de feiten of de afspraken. Je kunt nog zo'n deskundige arts of verzorger zijn, maar als de sfeer niet goed is, sla je de plank mis. Investeer dus in het contact en de sfeer, want dat is wat de cliënt onthoudt. Wat Jan zelf nooit zal vergeten, zijn de kleinste complimenten, zoals een simpel: ‘Wat goed om u te zien!’.
Je eigen gevoel als instrument
In de zorg lopen medewerkers vaak tegen frustratie aan. Jan heeft daar een praktische tip voor - gebruik je eigen gevoel als instrument om te begrijpen wat er aan de hand is. In zijn boek heeft Jan hiervoor een handige tabel opgenomen. Daarin kun je je eigen emotie opzoeken en deze gebruiken als wegwijzer voor wat je op dat moment het beste kunt doen.
Frustratie bij de hulpverlener betekent vaak dat je de ander te veel probeert te overtuigen van jouw goede bedoelingen.
Jan herinnert zich een fysiotherapeut die gefrustreerd was omdat een cliënt niet wilde revalideren. Jan legt uit dat frustratie bij de hulpverlener vaak betekent dat je de ander te veel probeert te overtuigen van jouw goede bedoelingen. De tabel in zijn boek geeft dan direct een helder advies. De oplossing is in zo'n geval niet nog harder trekken, maar juist gedoseerde afstand nemen en neutrale adviezen geven. Jan adviseerde de therapeut om minder vaak langs te gaan en de benadering zakelijker te maken. Het resultaat was dat de cliënt opbloeide en uiteindelijk zelf aangaf dat ze weer aan de slag wilde. Door een stapje terug te doen, ontstond er ruimte voor de cliënt om zelf in beweging te komen.
Ruimte bieden is respect tonen
Voor de nieuwe generatie zorgverleners heeft Jan een duidelijke boodschap - ruimte bieden. Dit betekent ook dat je de fysieke ruimte van een cliënt respecteert. Als je bij iemand op de kamer komt, klop je aan en wacht je op een reactie. Het is hun kamer en hun veilige plek. Wanneer je die ruimte respecteert, krijg je daar bijna altijd medewerking voor terug.
Vraagt iemand of hij met verlof mag? Vraag dan eens of hij dat al met zijn familie heeft besproken.
Daarnaast is het stellen van de juiste vragen essentieel. In plaats van als team alles in te vullen voor een cliënt, kun je vaker de vraag terugleggen. Vraagt iemand of hij met verlof mag? Vraag dan eens of hij dat al met zijn familie heeft besproken. Vaak komt daar een veel natuurlijker antwoord uit voort. Maar het allerbelangrijkste is het tonen van een vanzelfsprekende relatie. Jan gebruikt hiervoor vaak simpele zinnetjes zoals wanneer zien we elkaar weer? Zo weet de cliënt dat je hem niet loslaat. Het zorgt voor een gevoel van berusting en veiligheid. De cliënt weet dan - hij komt terug, de afspraak staat. Luister goed en maak daarna samen zo'n nieuwe afspraak. Dat zorgt voor ontspannen gezichten aan beide kanten.
De slimme sandwich voor publicaties
Hoewel Jan de praktijk zeer belangrijk vindt, heeft hij altijd een weg gezocht om zijn kennis ook wetenschappelijk te delen. Dat is soms lastig, omdat alcohol-gerelateerde zorg in de wetenschappelijke wereld niet altijd als een even aantrekkelijk onderzoeksthema wordt beschouwd. Financiering krijgen voor deze doelgroep is daarom een uitdaging. Jan bedacht daar de sandwich-methode voor - hij verpakte zijn Korsakov-onderzoek als 'beleg' tussen twee lagen van een onderwerp dat tijdschriften wél graag wilden hebben, zoals algemene neurologie of revalidatie. Zo kreeg hij de belangrijke informatie over Korsakov toch op de kaart.
Kansen voor toekomstig onderzoek
Jan heeft volop ideeën voor onderzoek die hij graag aan de volgende generatie meegeeft. Hij heeft hier dan ook een apart deel in zijn boek aan gewijd. Zo ziet hij bijvoorbeeld grote kansen in het bestuderen van de stof acetylcholine. Een tekort aan deze stof zorgt niet alleen voor verwardheid, maar beïnvloedt ook het immuunsysteem. Dat verklaart waarom cliënten vaak met zware infecties in het ziekenhuis belanden. Door onderzoek breder in de markt te zetten op dit fundamentele niveau, kan er meer aandacht en geld komen voor Korsakov.
Daarnaast pleit Jan voor meer onderzoek naar onbegrepen pijnbeleving. Cliënten weigeren soms zorg of fysio omdat ze onbewust lichamelijk ongemak ervaren dat ze niet kunnen benoemen. Ook de 'Theory of Mind' - hoe cliënten de emoties en gedachten van anderen aanvoelen - en betere meetmethoden voor zelfredzaamheid zijn volgens hem essentieel. Er valt nog zoveel te ontdekken in de hersenen om de zorg voor deze doelgroep écht op maat te maken.
Zodra zijn boek te bestellen is, nemen wij deze op in onze kennisbank en in dit artikel.
Afscheidssymposium: Tussen weten en begrijpen
Jan Wijnia presenteert zijn nieuwe boek ‘Het syndroom van Korsakov - Wat handig is om te onthouden in de zorg voor mensen met het syndroom van Korsakov’ tijdens zijn afscheidssymposium op donderdag 4 juni 2026.