De vele gezichten van goede zorg bij Korsakov

De vele gezichten van goede zorg bij Korsakov

Werken met mensen met het syndroom van Korsakov is een dagelijkse ontdekkingsreis. De ene collega biedt routine en structuur, terwijl de ander werkt met een zachte, persoonsgerichte benadering. Maar hoe doe jij dat eigenlijk op de werkvloer? En waarom kiest je collega soms voor een heel andere aanpak?

Onderzoekers Ineke Gerridzen en Esther de Groot onderzochten hoe zorgmedewerkers in de praktijk naar ‘goede zorg’ kijken en ontdekten dat zij daar verschillende ideeën over hebben. Voor dit onderzoek, dat in samenwerking met Quarijn en de afdeling Ouderengeneeskunde van AmsterdamUMC is uitgevoerd, heeft Atlant een subsidie van het Korsakov Kenniscentrum ontvangen.  


Drie manieren om naar goede zorg te kijken 

Uit het promotieonderzoek van Ineke Gerridzen kwam naar voren dat zorgverleners drie verschillende opvattingen hebben over goede zorg voor mensen met het syndroom van Korsakov. Herken jij jezelf in deze opvattingen?

Samen het dagelijks leven doen 
Je staat naast de bewoner en probeert samen een fijne dag te hebben. Als iets niet lukt, help je of neem je het even over. Het doel is een prettig en zinvol leven. 

Standvastig zijn 
Je ziet dat de bewoner sturing en structuur nodig heeft. Je bent duidelijk over grenzen, want je weet dat dit houvast biedt en chaos voorkomt.   

Respectvol bejegenen 
Je streeft naar gelijkwaardigheid en probeert de autonomie van de bewoner zo veel mogelijk te bewaren. Je vraagt je constant af: "Hoe zou ik in deze situatie behandeld willen worden?" 


Drie begeleidingspatronen in de praktijk 


Als vervolg op dit onderzoek keek Esther de Groot mee met zorgmedewerkers tijdens hun dagelijkse werk. Zo onderzocht zij hoe zorg vorm krijgt in het dagelijks handelen, bijvoorbeeld tijdens het wassen, eetmomenten of het maken van een praatje. Zij zag drie duidelijke patronen in de manier waarop medewerkers hun bewoners begeleiden. Hoewel de meeste medewerkers een duidelijke voorkeur hebben voor één patroon, wisselen ze soms ook tussen de patronen afhankelijk van de situatie of de bewoner. 

  1. Het zorgtaakgerichte patroon - een soepel verloop van de dag  
    Dit patroon richt zich vooral op de dagplanning en de praktische uitvoering van de zorg. Het doel is dat de taken van die dag - zoals het wassen, het huishouden en de maaltijden afgerond worden. Voor jou als medewerker betekent 'goede zorg' in dit patroon dat een bewoner er goed verzorgd en gevoed bij zit en dat de leefomgeving schoon is. Je past je handelen aan op wat er die dag moet gebeuren, zodat de afdeling als een geoliede machine blijft draaien.
     
  2. Het gedragsgerichte patroon - rust door duidelijkheid  
    Bij dit patroon ligt de focus op het sturen van gedrag. Je bent als medewerker duidelijk, consequent en je trekt één lijn met de rest van het zorgteam. De gedachte hierachter is dat bewoners met het syndroom van Korsakov behoefte hebben aan een duidelijke structuur om goed samen te kunnen leven. Door directieven te geven - vertellen wat er moet gebeuren in plaats van het te vragen - bied je de bewoner houvast. Je reageert direct op wat je ziet en probeert gewenst gedrag te stimuleren, zodat de groep als geheel rustig blijft.

  3. Het persoonsgerichte patroon - de mens achter de aandoening  
    Bij dit patroon zoek je de verbinding. Je kijkt verder dan de symptomen van Korsakov en stelt de vraag: "Wie is deze bewoner als persoon?" Het doel is om een echte thuisbeleving te bieden. Je probeert de vrijheid en de eigen keuzes van de bewoner zo veel mogelijk te ondersteunen, ook als dat betekent dat de planning even moet wijken. Contact en waardering staan centraal. Je zoekt naar wat de bewoner op dat moment fijn vindt en probeert aan te sluiten bij hun belevingswereld om zo een gelijkwaardige relatie op te bouwen. 

kkc-wetenschapsforum-houten-foto-niek-stam-01266-esther-de-groot
Esther de Groot tijdens workshop Wetenschapsforum Korsakov 2025

Van een kopje koffie tot een douchebeurt 

Het onderzoek laat zien dat het verschil in zorg vaak in de kleinste details zit. Deze alledaagse situaties maken het verschil tussen de patronen direct zichtbaar: 

De koffie-test 
Hoe bied jij een kopje koffie aan? De persoonsgerichte medewerker vraagt: "Anja, heb je zin in een kopje koffie?" (De regie ligt bij haar). De gedragsgerichte collega zegt: "Anja, hier is je koffie." (Duidelijkheid en ritme staan voorop). De zorgtaakgerichte medewerker meldt: "Wil je de koffie nu of straks in de woonkamer?" (De focus ligt op de planning). 

Het dilemma van de efficiënte boterham 
Op sommige afdelingen worden de bordjes met brood de avond van tevoren al klaargemaakt. Dit is een logische reactie op de hoge werkdruk; het zorgt dat de ochtenddienst soepel loopt en iedereen op tijd kan eten. Anderen vinden dit minder passen bij een huiselijke sfeer en kiezen ervoor om ’s ochtends brood en beleg klaar te zetten, zodat bewoners zelf kunnen kiezen. Zo laat de praktijk zien hoe lastig het is om een balans te vinden tussen efficiënt werken en een huiselijke sfeer. 

De douche-discussie 
Sommige medewerkers zijn standvastig: "Vandaag is het douchedag, dus we gaan nu." De gedachte is dat afwijken van de structuur voor onrust zorgt. Een andere medewerker laat het dan weer vaker los ("Vandaag even niet"), wat op dat moment prettig is voor de bewoner, maar ook kan leiden tot passiviteit op de lange termijn. Tegelijk kan dit verschil in aanpak tot verwarring leiden bij bewoners en in de onderlinge afstemming tussen medewerkers. 

Het dilemma van Anja en Hans 
Een sprekend voorbeeld uit de observaties: bewoner Anja begint enthousiast de tafel af te ruimen, terwijl dat eigenlijk de taak van medebewoner Hans is. 
De ene collega stopt haar vanuit een gedragsgerichte visie: "Nee Anja, Hans moet dit doen." Dit is bedoeld om Anja te ontzien, omdat zij anders alle taken op zich neemt en de verdeling van verantwoordelijkheid niet in balans is. Resultaat: frustratie bij Anja en een chagrijnige Hans die tegen zijn zin moet opruimen. Een andere collega geeft juist een compliment vanuit de persoonsgerichte visie: "Wat fijn dat je helpt!" Resultaat: Anja straalt en Hans is opgelucht. Beide benaderingen laten een andere aanpak en motivatie zien, maar welke het best past hangt af van de situatie en wat op dat moment nodig is voor de bewoner. 


Reflectie als krachtigste instrument 

Dit onderzoek is niet bedoeld om te vertellen welk patroon het beste is. Het laat juist zien dat de verschillende patronen elkaar aanvullen. Soms vraagt de drukte om een taakgerichte aanpak, en soms heeft een bewoner een strakke grens nodig. Esther en Ineke gaven hierover in december 2025 al een inspirerende workshop tijdens het Wetenschapsforum, waarbij medewerkers direct de verschillende patronen en situaties herkenden.  

Door met je team te praten over deze patronen, word je je bewuster van je eigen 'voorkeurspatroon' en die van jouw collega’s. Zo krijg je zicht op hoe jij van nature werkt en welke manieren van handelen bij jou vaker terugkomen.  

Samen verder leren 

Dit onderzoek is het startpunt voor meer bewustwording. Er wordt momenteel gewerkt aan een theatervoorstelling en korte filmpjes die deze patronen tot leven brengen. Zo kunnen teams op een interactieve manier oefenen met hun eigen begeleidingspatroon. Daarnaast zullen de resultaten binnenkort gepubliceerd worden in een internationaal wetenschappelijk tijdschrift. 
 
Klik hier naar het artikel van Ineke Gerridzen uit 2020.